Het is al pikkedonker als ik een stille kruising in een buitenwijk van Sukomojõ nader. De enorme rusthut voor pelgrims lijkt verlaten tot ik een stem met een onvervalst west-coast accent hoor roepen:
"Ohh... maai... Gááád!!! Is that you, Ingmar?"
Ik schrik me rot.
Niet van het accent, maar van wat er uit de schaduw komt lopen, een soort... Franse markies. Zijn kleine bovenlijf draagt het strikte pelgrimstenue; wapperend wit shirt, witte handschoenen, strakke witte hoofdkap tot over de oren met strikje om de kin en de rieten punthoed. Maar volledig tegen het protocol in draagt hij een korte zwarte broek die bij de knieeen bolt, met daaronder een zwarte panty. Ik schiet in de lach omdat de zaak gecomplementeerd wordt met enorme zwarte wandelschoenen om zijn spichtige enkeltjes. Het is gewoon geen gezicht.
Als hij op mij afkomt lijkt alles aan hem van elastiek, zijn armen wapperen wuft en zelfs zijn grote oogbollen rollen alle kanten uit.
En deze halve markies op hiking-boots kent mij!
Hij heeft mijn youtube-filmpjes over Shikoku gezien. En na een enorme teug adem moet de rest er ook even uit:
"Ingmar, it's so a-maaazing to meet you! It just makes like sense, you know? Meeting you completes in some weird way my trip before it even ends. I have so been inspired by your depth...your emotions....your.... And now i meet you in person! It's so amaaaazing!"
Nou houd ik er best van om in het zonnetje gezet te worden - part-time narcist als ik ben - maar deze lofzang gaat zelfs mij te ver, zeker omdat hij, zonder enige sociale antenne, zwaar mijn aura inloop. En dat irriteert me.
Omdat het erg laat is, besluit ik toch te blijven. Ik demp zijn hysterische aanhankelijkheid door mij volledig te richten op zijn reisgenoot, een jonge Fransman. Hij begrijpt de hint en komt met een sigaretje tot rust.
Even later, na een overigens leuke avond met bier en mooie verhalen, zie ik hem tot mijn schrik - en notabene in dat halve pelgrimstenue - in een goot naast het woonhuis piesen. Met een sigaret schuin in zijn mond. Ik realiseer me dat hij in zijn eigen wereld leeft, waar ik kort in figureerde, zodat hij iets 'amazings' kon voelen. Nu is dat rook en het legen van zijn blaas. Zeker, hij hoort het openbare toilet te nemen, dit kan hij echt niet maken. Maar ik betrap mij op een onlogische ontroering voor deze uiteindelijk warmhartige Amerikaan. Ik zie hem op de rug en bedenk dat Iets ook hem helemaal naar dit eiland dreef, net als het mij deed.
De grens tussen de provincies Kochi en Ehime ligt op een hoge berg, via de beruchte Matsuo Tōge pas. De route omhoog begint door lieflijke bergdorpjes, met boerderijen en fruitgaarden, maar eindigt in een genadeloze klim - zonder onderbreking! - van achthonderd meter over maar liefst tweeentwintighonderd meter! Ik herinner me deze passage nog van de eerste keer en ook nu kom ik totaal doorweekt aan bij de ruine van de Matsuo Daishi. Daar zit ik een half uur met ontbloot bovenlijf terwijl mijn shirts in de wind uithangen.
Gelukkig is de weg naar beneden een heel ander verhaal en ook onverwacht een kentering in mijn bewustzijn.
Na lange dagen van regen is dit de eerste ochtend met zon en als ik langs de flank afdalend de vallei zie, haal ik diep adem en voel me licht. De diepte van de vallei, de majestueuze bergen op de achtergrond en het blauwe hemeldak daarboven hebben een verhouding die dezelfde intensiteit lijkt te hebben als de verhoudingen van de tempels die ik bezoek. Het is geen religieus gevoel, maar meer een plotseling inzicht hoe alles dat door de natuur en zijn soorten is gebouwd één is. hoe het uitdrukking is van één grote samenhang van verhoudingen en betekenissen. En door dat gevoel van heelheid, terwijl ik me lopend onderdeel voel van deze verhoudingen, besef ik waar de verhouding en betekenis van mijn eigen leven eigenlijk toe leidt, wat ik dus eigenlijk het liefst doe, omdat het bij wijze van spreken bijna mathematisch bepaald is.
Maar om dat toe te laten en te consolideren wil ik dus iets loslaten.
En ik kan meteen aan de slag. Mijn plan was om bij tempel veertig in de gratis pelgrimshut van de tempel te slapen. Nou, niet dus, ik wil privacy internet om te schrijven en ik heb zin in NPO. Een paar uur later lig op een heerlijk bed, met een zootje snacks om mij heen.
De volgende dag loop ik langs de kust op weg naar een bekend park waar je fantastisch kunt kamperen of in rusthutten slapen. Maar het is een afgelegen park, een uitloper van een bergketen die in de zee eindigt. Dus veel dicht bos aan beide zijden van de weg, met vandaag donkere regenwolken boven me, kortom, wat een eenzame boel hier als ik in de schemer nader. Dacht het dus niet, he.
Een half uur later sta ik bij een bushalte. Maar ingmar en loslaten, dat gaat zomaar niet. In de veertig minuten voor de bus komt tetteren twintig verschillende stemmen in mijn hoofd tegen elkaar aan, besluit ik tien keer terug te gaan uit schuldgevoel en wil ik elf keer die bus nemen. Naar een hotel. Ik sta te tollen op mijn voeten en mijn hersenen koken over. Jezus, wat is er mis met mij!! Wat doe ik toch moeilijk! Hebben anderen daar ook last van? Iemand als Dennis zet gewoon lekker zijn tentje op in al die eenzaamheid. En iemand als Elly zal gewoon zonder enig schuldgevoel een warme Ryokan nemen omdat ze vind dat ze het verdient. En ik?
Ik sta te analyseren wat ik mentaal en spiritueel nodig heb!!
Mafkees.
Een paar uur later krijg ik het antwoord op mijn hotekamer in het gehuchtje Tsuchima. Ik realiseer me, eigenlijk zo simpel, dat ik geen luxedier ben dat moet leren afzien. Ik ben gewoon iemand die niet van afzien houd. En voor wie mij kent: dit is een mega-inzicht. En opluchting.
Ik houd niet van afzien. En daar is niets mis mee.
De volgende dag loop ik op een bergketen af, met een pittige klim voor pelgrims. Maar de beest is los. Ik heb zo intens genoeg van die klote-terrorist in mijn hersenen, dat ik kies voor de tunnel door de berg heen. Het is overigens de langste tunnel die ik ooit liep - zeventienhonderd meter! - maar ook meteen de eerste sinds mijn reis waar de airconditioning niet werkt.
Moet mij weer overkomen. Als een platgetrapte sigaret kom ik die tunnel uit maar zie rechts een werkelijk heerlijk cafeetje liggen, dat luistert naar de veelbelovende naam Pépé.
'Kijk, deze stek was ik niet tegengekomen als ik die zweet-toer door de bergen had gedaan. Inzichtelijk momentje voor debuterende de-perfectionist:
Ik word dus beloond en niet gestraft.'
Trouwens, Shikoku grossiert rijkelijk in kneuterige cafeetjes. Perfect voor de sentimentele eikel die ik ben. Bloemen bij de ingang, een kastje met boeken, een schemerlamp, zachte verlichting. Kleine tafeltjes, gordijntjes. Zelfs de muziek is van een bedenkelijk tingeltangel-niveau. Ik denk dat ik in de verkeerde eeuw ben geboren en eigenlijk in het permanent kerst vierende Engeland van de 19de eeuw had moet zitten.
Een uur later - en nog een cafe-break verder, want ik ben niet meer te stoppen - kom ik aan in Uwajima. Ik twijfel geen moment meer; hoezo gratis pelgrimshut? Donder op! En hop, ik check weer in bij een hotel.
Uwajima vond ik drie jaar geleden trouwens helemaal niets. Ik ben aanvankelijk dan ook verbaast dat ik het nu zo'n hartikke leuke stad vind, met gezellige winkelstraten, een pittoresk stationslein en leuke mensen. Tot ik besef dat ik drie jaar geleden als een malloot door die stad stoof, op de hielen gezeten door vijf dagtargets en reeks spoken uit het verleden en mijn heilige lodging-planning. Ik kom blijkbaar eindelijk tot stilstand.
Die middags krijg ik weer een beloning. Maar deze keer is het menens.
Ik ben gek op Japans eten, maar na een paar weken komt de rijst uit mijn oren. Als ik 's middags, de tijd vergetend, ergens zomaar een lunchroom instap - Café Tao - kom ik in een hippe joint met werkelijk verukkelijk westers eten. Maar dat is niet alles. Ze serveren zelfs... (betekenisvolle stilte)... patat... met.... blauwe kaassaus.
Ik ga dood van geluk. Want ik begrijp het opeens.
Uwajima is het einde van de onzekerheid over mijn koers. Er is iets gebeurd. En ik vraag me af of er één doe-het-zelf-guru is op de wereld die ooit op het idee kwam, dat het zaadje van zelfrelisatie kan ontstaan door zoiets als...
Het eten van patat met blauwe kaassaus.
En dit is, serieus, geen grap.
Dank te lezen en de deling van je gevoelens
ReplyDeleteWat een inzichten! Maar ook zo mooi opgeschreven. Het devies is volgens mij: houdt van jezelf!
ReplyDelete