Friday, 18 November 2016

De Drie Herbergen

"Jij zit niet toevallig in Kochi stad en zin hebbende in curry vanavond?"
Ik kom net aan in Kochi-City of Kelly staat op de chat. Ze heeft haar laatste avond op Shikoku. Of ik 'zin hebbende'.. Een paar uur later zitten we in mooie gesprekken, rijkelijk bier en thank god geen curry.
Ik breng twee rustdagen door in Kouchi City met schrijven en internetten. Een perfecte stop behalve die jeuk die niet weggaat. Nou is het herfst op Shikoku en dat betekent mieren, spinnen, muskito's en ander vaag spul met vleugels waar ik de naam niet van weet.

Als ik de stad weer verlaat loop ik het landschap van een half jaar geleden in, toen reizend met vriend Rick. Ik besloot hier te stoppen met mijn relatie. Nu, een half jaar later, herinnert elk pad, elke tempel en elk rijstveld mij pijnlijk aan mijn ex. Het is de aanleiding voor een wekenlang gevecht in mijn hoofd: zorgen om hoe ze zich nu voelt versus de energie die ik in mijzelf wil steken. 
Maar eenmaal in de tempels gaan mijn gedachten steeds sneller, gulziger, naar mijn eigen belangen en wensen, alsof ik een droge spons ben. Elke vrije ademhaling van mijn hart in de richting van een ideaal of de uitwerking daarvan, is, zolang ik mij kan herinneren, verstikt geraakt. Snakkend naar zuurstof word ik uit de gevangenis van denken via analyses geperst en kom ik terecht in het vrije veld van voelen in beelden. 
Beelden...de tempels op Shikoku krijgen eindelijk betekenis voor mij. 

Het regent al de hele dag als ik 's avonds aankom in het pelgrimshuisje van Tanemaji, tempel vierendertig. Ik ontmoet Tak, een dertigjarige Japanner, die ik in de dagen daarna steeds tegenkom. De volgende dag loop ik weer in de regen, maar het boeit niet want in Tosa City zit, wat rustig bescouwd mag worden als de meest wellustige tearoom op Shikoku!
In Azië hanteren ze in broodjeszaken het doe-het-zelf principe. Je pak een dienblaadje en een tang, maakt tussen de schappen je keuze  en rekent af.  Echter, in Azië  heeft het woord 'brood' een iets andere betekenis dan bij ons, namelijk: 'witte spons die bij eerste kauw instort tot kledderige bal meel'. Een sneu feit waar je je als Nederlander aan moet overgeven als je daar reist.
Wel, deze tearoom is niet alleen een uitzondering in kwaliteit, maar vooral in kwantiteit. Bij binnenkomst loop je namelijk tegen een zo overweldigende hoeveelheid broodjes, cakes, rolletjes, sandwiches en koekjes aan, dat je, als een kind in Jamin, blokkeert. Serieus, ik sta minuten lang, met een leeg dienblad, meer dan vijfitig verschillende broodjes aan te staren. Ik kijk vervolgens naar de verkoopster, maar die weet het ook niet meer. 
Dus ik focus, beheers en met 'slechts' drie broodjes ga ik in de tearoom zitten. Pas twee uur later vertrek ik, want die broodjes activeren als een dolle mijn creativiteit. Ik heb mijn eerste blog geschreven.

's Avonds lig ik in een vochtig bushok, waar Tak ook weer is. Het is een warme nacht van vechten tegen muskito's, jeuk en voorbijrazende vrachtwagens. 
Daarna volgt een dagenlange route naar Iwamotoji, tempel zevenendertig. Eerst langs vissersdorpjes, maar dan algauw langs één weg die tussen bergketens door kronkelt. Het wordt een hel, want ik neem een route in de bergen die mij gruwelijk lang laat klauteren. Halverwege ben ik doorweekt en geef ik mij lacherig over aan de overhitting en hopeloosheid van deze veel te warme maand oktober. Ik laat los.

Ik slaap in een pelgrimshuisje bij temple zevenendertig. De volgende ochtend vroeg trakteert een schuchtere herfst mij op het meeest mystieke en ontroerende schouwspel van morgen-mist en bergketens. Ik geniet, ook omdat ik de energie van mijn herontdekte kracht voel stromen. Maar die aanhoudende jeuk drijft me op; ik loop te snel en te veel. En blijf dat doen.

Er zijn veel pelgrims op de been, maar Ik mijd ze als de pest, een paar uitzonderingen daargelaten. Ik wil het liefst de hele dag alleen zijn. 
Natuurlijk ontkom ik niet aan een praatje hier en daar, maar ik merk dat ik totaal geen interesse heb en gesprekken bot afbreek. Ik ben zo intens gevuld met het doorgaande proces in mijzelf, dat ik elke rimpeling in die stille vijver als storend ervaar. En alsof het op mijn voorhoofd staat wordt ik gaandeweg de tocht steeds minder aangesproken en ervaar ik voor het eerst dat ik mijn creatieve potentieel in bescherming neem. Waar ik me vroeger liet afleiden vanwege schuldgevoel naar de ander kom ik nu in mijzelf terecht en beleef de gelukzalige en positieve kracht van egoïsme.
Duidelijker gezegd: iedereen kan de heen en weer krijgen.

Ik slaap in een mooie hut op de dijk van de Shimanto Rivier, een brede rivier, met schitterende bergen op de achtergrond. Het is al laat als ik eten haal en een jonge Japanse pelgrim vertwijfeld op zijn kaart zie kijken. Oh, wat heb ik een behoefte om hem niet van mijn hut te vertellen, zodat ik lekker alleen ben! Maar ik besef dat ik dat echt niet kan maken. Ik ijsbeer wat heen en weer en spreek hem toch aan. Hij is dolblij als hij de mooie hut ziet.
Terwijl we praten besef ik opeens waarom ik anderen als storend ervaar. Het gesprek begint algemeen, maar door mijn manipulatie verandert het in een gesprek over hem. Ik besef dat ik dat vaker doe, ook als ik geen interesse heb! Is dit mijn geniale comfort-zone, dit razendsnelle richten op de ander?
De volgende ochtend krijg ik de rekening, want het kost me enorm veel moeite om van die jongen, die bijna verliefd om mij heen blijft hangen, af te komen.
Dit gaat mij niet meer gebeuren, besluit ik. Nooit meer. 

En dan is het zover. De dag die mijn voorlopige dieptepunt wordt. 
Het regent, het is uiteraard warm en 's middags, bij de zoveelste bocht van de kustroute naar tempel achtendertig, neem ik de bus naar Tosa Shimizu. Vloekend, jeukend en zwetend kom ik aan in een verregent vissersdorp. 's Nachts wordt ik helemaal knettergek van de jeuk wakker.  Eindelijk kijk ik in de spiegel en zie overal bulten op mijn rug.

De volgende ochtend zit ik in een witte, rustgevende ruimte van het lokale ziekehuis, en geef ik mij helemaal over, alsof een knoop eindelijk wordt ontward.
De dokter bevestigt mijn vermoeden van 'bedbugs'.
Opeens reiken van alle kanten handen naar mij uit. Ik laat het me welgevallen. Handen reiken mij een balsum voor herstel van de bulten, andere handen reiken mij anti-jeuk zalf en iemand geeft mij zelfs wat ik nooit verwacht had te kunnen vinden, zeker niet in een ziekenhuis; spray voor niet-vliegende insecten. Terug in het hotel wast de eigenaar mijn kleren op zestig graden en krijg ik een nieuwe kamer. 
De volgende dag verlaat ik, ondanks de regen, opgelucht en dankbaar Tosa Shimizu en kom een paar uur later aan op de kaap van Ashizuri, bij Kongofukuji. Tempel achtendertig. 

Het is daar dat ik een mystiek moment heb dat ik niet wens te rationaliseren.

Bij de hondo is mijn hele hart bij mijzelf. Ik vul mijn geest met beelden en het voelt licht. Bij de daishdo neem ik extra tijd. Ik bedank al die mensen die mij hebben geholpen. Ik voel intense dankbaarheid.
Als ik klaar ben wil ik, vanwege de regen, de bus nemen. Maar ik aarzel. Ik kijk door de poort naar de regen en maak me opeens geen zorgen meer om de dag, lichamelijk ongemak of een slaapplek. De toekomst wordt niet vernauwd door blokkades, angst en noodlot, maar is een open terrein waar ik, nu ik eindelijk begin te genieten kan doen wat ik wil! Genieten zorgt voor veel meer keuzes dan opgelegde plicht!  Ik doe mijn regenjas en broek aan, loop de poort onderdoor, buig naar de tempel en ga.. in de regen lopen!
Maar ik heb nog geen twee stappen gezet of de regen houdt, na dagen, opeens op. Ze komt voor dagen niet meer terug.
Ik ben niet verrast. Ik bedankt de omstandigheden en mompel van binnen: 'Natuurlijk, zo hoort het te gaan'...

..net als de epiloog:
's Avonds, bij Okinahama Beach, loop ik in het donker het terrein van B&B Tabiji op. Ik kijk door het raam en zie in het gezellige licht van warmte en huiselijkheid het gezicht van Robert-John! De B&B is vol, maar Robert regelt dat ik op zijn kamer lig. De volgende ochtend ga ik op weg naar de derde provincie; Ehime.

1 comment:

  1. Chris de Vries. Oldenzaal.
    13 mrt 17 met hanny.

    Pfff. Heftig thx en suc9

    ReplyDelete