Friday, 16 December 2016

Het Einde. De Onderstroom.

Twaalfhonderd kilometer lopen op Shikoku heeft mij per straat, per dorp, stad en provincie ondergedompeld in mijn eigen wereld. Het was een tijdelijke onderdompeling, die me ervaringen gaf die ik nodig heb, of niet verwachtte nodig te hebben. Na weken lopen veranderde ik van iemand met wandelschoenen aan in een pelgrim en was de ongewone omgeving waar ik in existeerde als soepele kleding om mij heen gaan zitten. Ik werd onderdeel van de onderstroom.

Toen ik de allereerste keer Shikoku bezocht, vier jaar geleden, vluchtte ik na twee weken weg. Ik name de trein terug naar Tokushima, checkte in bij een hotel, kocht een paar biertjes en viel uitgeput in slaap. 
Toen ik de volgende ochtend wakker werd, hield ik mijn ogen dicht omdat ik mij bewust was dat er iets helemaal niet goed was met mij. Ik voelde dat ik met mijn rechterarm wel kon proberen mijzelf op te richten, maar dat ik dan iets kapot moest maken. Ik duwde mijn arm tegen de binnenkant van een cocon, waar ik blijkbaar inzat, en scheurde deze kapot. Ik kreeg daarbij een ongelofelijk heftig gevoel van schuld. Schuld over wat ik de dag daarvoor had gedaan. Schuldgevoelens naar dat 'iets' dat de Henro is en dat ik nu zomaar had onderbroken. Ik brak bijna letterlijk het proces af dat ik zelf in gang had gezet en voelde dat ik iets van ongelofelijke waarde kwijt was.
Alle keren dat ik daarna terug ging naar Shikoku was ik mij bewust van die initiële ervaring in dat hotelbed. Het bracht me ertoe de Henro als een entiteit te ervaren. Daardoor kon ik de dankbaarheid dat de Henro onlosmakelijk met mijn leven en biografie verbonden is, plaatsen in een groter geheel, waarin velen, gezien en ongezien, met oprechte intenties betrokken zijn en zorg dragen.  

Maar uiteindelijk kom ik na twaalfhonderd kilometer terug op de plek van vertrek en moet ik er weer uit. Terug naar mijn eigen Nederlandse leven. Ik sluit mijn Henro af. Het is klaar nu.
Voor mij persoonlijk zijn er drie 'rituelen' in de tocht die de transitie terug bewerkstelligen.
Ten eerste kom je na tempel zevenentachtig bij de 'Henro-saloon'. Een gebouw met een klein museum over de tocht, maar vooral de plek waar je een oorkonde ontvangt. De persoon die het geeft bevestigt eigenlijk jou aanwezigheid op het eiland en noemt je nu ambassadeur van de Henro. Dit is een ontroerend moment.
Het tweede ritueel is het bereiken van tempel achtentachtig. Het gebruik wil dat je hier je staf achterlaat. Ik doe dit niet, maar voel me na het verlaten van de tempel geen pelgrim meer. Ik heb er deze keer trouwens overnacht, wat een extra ervaring van verbinding gaf. Ik raad het iedereen aan.
Het derde en meest indrukwekkende ritueel voor mij is om tempel Ryozenji weer te bereiken. De cirkel is figuurlijk, maar vooral letterlijk rond. Het moment dat ik bij tempel tien letterlijk het pad kruis dat ik negen weken daarvoor ging is mooi en geeft bevrediging. Bij Ryozenji steek ik bij de Hondo een kaars voor mijzelf op en bij de Daishdo eentje voor de energie van dit eiland, de tempels en de mensen die voor mij hebben gezorgd. Maar deze keer vooral voor het vermogen van de menselijke soort om met zijn wilskracht materie niet alleen om te zetten tot wapenen die scheidend werken, maar ook om materie te transformeren tot objecten die helpen verwondering, eerbied, vergeving en dankbaarheid te voelen; die niet scheidend, maar verbindend werken. Het mystieke aan religieuze discipline voor mij, is dat het scheidend èn verbindend werkt, op hetzelfde moment. Ik heb die mystieke wilskracht van de mens wel met tranen in mijn ogen gevoeld als ik bij een Hondo zag hoe iemand het steen, het goud, het papier, de bijenwas en het hout zo gerangschikt had, tot een tempel, dat ik er rust en inspiratie door kreeg en mijzelf en de wereld kon aanraken, er één mee kon worden.
Dan zet ik mijn staf bij de Daishdo van Ryozenji, maak er een buiging voor en bedank hem. Ik werp een laatste blik op de vissen in de vijver en ga.

Daar sta ik, met mijn gezicht naar de toegangspoort waar ik nieuwelingen zie komen. En ik? Ik ben een oud-gediende, een 'oldie'. Ik ben hier vier jaar lang gekomen en gegaan, de mensen hier zijn mij dierbaar, ik laat het nu achter me.
Ondanks de stromende regen besluit ik de twintig kilometer naar Tokushima, en mijn hotel, te lopen. Langs de bewolkte straten van de vlakke rivierdelta, de bruggen over de hoofdwegen, en het pad langs de treinbaan waar ik het boemeltje in tegengestelde richting naar Bando zie gaan, besef ik met een brok in mijn keel dat ik de laatste dag beleef van vier jaar pelgrimeren in Japan. Ik heb geen heimwee. Het is een vol gevoel. Mijn gedachtes gaan terug de tijd in.
De eerste keer dat ik pelgrimeerde overviel de angstaanjagende confrontatie met een deels onverwerkt verleden mij. Ik vluchtte, rende gelukkig weer terug en ging het aan. Ik kwam in de roerige wereld van mijn binnenkant terecht en verbleef daar, observeerde, analyseerde, begreep, voelde en accepteerde. Daarna kwam ik vaak terug op dit eiland, om verschillende redenen. En deze keer dan stond mijn aanwezigheid hier in het teken van mijn toekomst. Ik ontrafelde het mechanisme van twijfel, voorzichtigheid en faalangst, waardoor ik niet beweeg. Het ontbloten van die angel heb ik te danken aan mijzelf, maar ook aan mijn jaren in Japan.

Echter, door dit alles heen, in elke beweging van mijn gevoel, mijn angst, mijn vermijding, zit de confrontatie met het ultieme thema.
De dood.
Hij is het begin en het einde van elke beweging.
En die confrontatie, toen ik op Shikoku de deur iets open durfde te zetten, was enorm indrukwekkend. Ontzagwekkend. Totaal. Het onderkennen van de angst voor de dood was niet het oplossen van die angst. Maar wel het geven van een rechtmatige plek in mijn leven ervan. Ik heb op de meest vertwijfelde momenten, op eenzame, sombere straten op Shikoku geleerd, dat het volledig onderkennen van mijn eigen sterfelijkheid niet betekent dat ik mijzelf kwijt ben in totale donkerte. Ik heb er zelfs creativiteit in ontdekt, want ik schrijf er nu over in een blog. De dood is een onwelkome gast voor mij, zeker, want ik houd van het leven, maar hij heeft nu een plek op mijn schouder. Zo hoef ik hem niet elke dag te zien, maar hij is wel dichtbij en wordt niet ontkend. Zoals het hoort.

Ik bedank de Henro als universeel middel, voor iedereen die haar uit verlangen opzoekt, om het veelvoudige pad te gaan dat leidt naar onbekende plekken. En in mijn hart is nu voor altijd een speciale plek voor Japan en zijn inwoners.  

3 comments:

  1. Dank je wel Ingmar, dat je dit wilt delen met ons allen. Het sterkt mij in mijn besluit om voor de vierde keer te gaan. Ik ben er ook nog niet klaar mee...

    ReplyDelete
  2. Sincere congratulations on finishing the henro michi Ingmar!

    Judging from your words it wasn't the kind of finish that breaks a tape at the finish line, but a finishing with **meaning**, a finishing that actually marks a beginning.

    Take care of yourself.

    ReplyDelete